Ongemerkt worden we steeds asocialer
Ken je die campagne van Sire? Een vrouw in een auto staat voor het rode stoplicht te wachten. Een man in een auto achter haar begint wild te gebaren en te toeteren. Zij raakt licht in paniek, wat moet die enge vent toch van haar? Het licht springt op groen en ze geeft een dot gas. Het beeld zoomt uit en we zien dat haar handtasje nog op haar autodak ligt.
Tijden veranderen en de maatschappij verhard. Hierdoor gaan we vaak gelijk uit van het slechte in een mens. Door individualisering hebben we geleerd in de eerste plaats aan onszelf te denken en dan pas aan een ander. De meest geschikte plek om dit fenomeen waar te nemen is in de trein. Ik ben een van die gelukkige mensen die vier dagen in de week het voorrecht heeft om in een spitstrein te reizen. Niet de fijnste plek op aarde maar toch geniet ik altijd volop. Ik kan een grijns nooit onderdrukken als ik mijn medereizigers observeer. Een betere afspiegeling van onze maatschappij is er niet.
Als doorgewinterde forens weet ik dat, zodra de treindeuren opengaan, de hel losbarst. Iedereen wil tegelijkertijd naar binnen en elleboogwerk en duwpartijen worden daarbij niet geschuwd. En met iedereen bedoel ik dan ook echt iedereen. Jong en oud, autochtoon en allochtoon. Zo heb ik ooit een oud dametje met een wandelstok gevaarlijk om zich heen meppend een weg naar binnen zien banen. Leven en overleven.
Als instappende treinreiziger moet je in een mum van een paar seconden een instapstrategie bepalen. Ga je beneden of boven zitten? Een verkeerde inschattingsfout en je kunt de gehele reis staan. Je leert na verloop van tijd heel snel de treincoupe te scannen en je kansen te berekenen. Je focust je blik het liefst op jongeren of studenten aangezien die meestal een grote tas bij zich hebben en deze naast zich op een vrije zitplaats zetten. Veel reizigers zien deze zitplekken over het hoofd. Probeer ook te zorgen dat je geen onervaren reiziger voor je hebt lopen. Zo iemand realiseert niet dat je snel keuzes moet maken en houdt de boel op. Vaak met als resultaat dat alle zitplekken bezet zijn.
In het laatste het geval ren je weer terug naar de trap. Als doorgewinterde reiziger heb je altijd nog een oude gelezen Metro of Spits bij je. Met een beetje geluk kun je dan nog op de trap zitten met de krant als ondergrond, zodat je kleding niet smerig wordt.
Ongemerkt worden we steeds asocialer. We laten reizigers niet eerst rustig uitstappen. We vloeken op reizigers die niet snel genoeg een zitplaats zoeken. We versperren doorgangen door op trappen te zitten. We gooien onze tassen op zitplaatsen en slaken een zucht als iemand naast ons wil zitten. We bellen, schreeuwen, huilen en lachen in de trein in de veronderstelling dat we alleen op de wereld zijn.
Zo werd van de laatst een, op het eerste gezicht keurige, oudere dame die naast me op de trap zat helemaal woest. Een jongeman stapte wat onhandig over ons heen om de coupe in te gaan. `Niet normaal, jij asociale zak´, foeterde ze als een volleerd viswijf. Ze keek me aan voor wat bevestiging en het enige wat kon ik doen was glimlachen. Dat wij de doorgang versperde was haar even ontgaan. Wie is hier nou eigenlijk asociaal?






Heel herkenbaar, het maken van een praatje of opmerking schiet er tegenwoordig ook vaak bij in. Je moet eerste door een smartdevice en een paar oortjes heen communiceren. Als dat al lukt zijn mensen nog verbaasd ook…. die meneer praat zomaar tegen me… *kijkt om*… ja, hij heeft het echt tegen mij…
[...] Dit blogartikel was vermeld op Twitter door Marianne Schimmel, Marianne Schimmel. Marianne Schimmel heeft gezegd: nieuwe post: http://www.altijdcommunicatie.nl/wordpress/2010/11/ongemerkt-worden-we-steeds-asocialer/ [...]
Ja daarom vind ik die campagne van Sire ook echt steengoed. We lijken wel vergeten hoe we moeten omgaan met eerlijke en aardige mensen. Niet iedereen hoeft gelijk iets van je te hebben. Echte aardige mensen bestaan nog
Wat schrijf je het weer leuk!
Hierbij meteen de overlevingsgids voor trein reizigers haha
Leuk geschreven stuk!
Voordeel van in Den Haag wonen: je kunt eigenlijk altijd zitten in de trein naar A’dam en terug. Oordopjes tegen huilende/hun diepste zielenroerselen uitende/naar muziek luisterende/boerende (echt waar!) mensen zijn op zich een pré, maar met een goed boek kan ik me er meestal redelijk voor afsluiten…